FIELD-LAB

CISSPECT: stappen richting studie met patiënten

26 oktober 2020

Jeske Hendriksen, apotheker, is sinds een aantal maanden werkzaam in het Antoni van Leeuwenhoek als PhD studente, waar ze  onderzoek doet naar radioactief cisplatine in het CISSPECT-project. Dit doet zij onder andere samen met technisch geneeskundige Else Aalbersberg, die zich al 8 jaar inzet voor het Antoni van Leeuwenhoek en sinds de start betrokken is bij het CISSPECT-project.

Jeske: “Ik was werkzaam als apotheker in een ziekenhuis, maar merkte dat ik het doen van onderzoek miste. Ik ben altijd al erg geïnteresseerd geweest in radiofarmacie en nucleaire geneeskunde. Ook overwoog ik al langere tijd om een PhD te doen. Toen ik contact opnam met het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis, hoorde ik dat er een vacature openstond en ben ik hier beland. Ik wil graag laten zien dat een apotheker ook kan bijdragen aan dit onderzoek.”

Else: “Het CISSPECT-project is ontstaan in de tijd dat ik naar een baan zocht. NRG benaderde Wouter Vogel (nucleair geneeskundige en radiotherapeut bij het Antoni van Leeuwenhoek). Hem werd een aantal isotopen voorgelegd en gevraagd wat mogelijk interessant zou kunnen zijn. Zijn oog viel direct op het 195mPt, omdat cisplatine een veelgebruikt geneesmiddel is in combinatie met radiotherapie. Vervolgens heeft een aantal proefbestralingen plaatsgevonden in Petten, en is bij ons in het AvL een aantal cameratests gedaan. Zo is het balletje gaan rollen.”

Foto Jeske Hendriksen AVL 3

195mPt CISSPECT ([195mPt]cisplatine) is een veelbelovend diagnostisch middel waarmee de effectiviteit van een voorgenomen cisplatine behandeling mogelijk kan worden voorspeld en eventuele ernstige bijwerkingen in de nieren kunnen worden voorkomen. Met CISSPECT, kan men hopelijk bepalen of het middel voldoende wordt opgenomen in de tumor en daarmee selecteren welke patiënten baat kunnen hebben bij chemotherapie met cisplatine.

Pt-195m CISSPECT
Foto Else Aalbersberg AVL

Wat maakt radioactief cisplatine dan zo interessant?                                 

Else: “Cisplatine is een van de oudste chemotherapie-middelen dat nog steeds gebruikt wordt. Het stamt uit de jaren ’60 en ’70. Het is beproefd, maar niet erg specifiek. Toch wordt het toegepast als eerstelijnstherapie bij mensen met longkanker, hoofd-hals kanker, gynaecologische tumoren, testeskanker, etc. In veel gevallen is het ook de meest effectieve behandelmethode, maar 90% van de patiënten ondervindt bijwerkingen. Hoewel er sinds de jaren ’60 onderzoek gedaan wordt naar dit middel, is er nog steeds veel wat we niet weten. Waarom reageert de ene patiënt wel en dan andere niet? En zou je dat vooraf kunnen bepalen? Dat willen we met dit project onderzoeken.”

Is het de eerste keer dat radioactief cisplatine in mensen getest gaat worden?

Jeske: “In de jaren ’70 tot ‘10 is er een aantal studies met cellijnen, dieren en patiënten gedaan in het buitenland. Dit waren echter altijd kleine aantallen en het ontbrak aan een gestandaardiseerde groep. Wel hebben we door deze studies een idee wat de mogelijkheden zijn. Wij willen het nu systematisch aanpakken, omdat we toe zijn aan een volgende stap in dit onderzoek. Ook is inmiddels de kwaliteit van de scans flink verbeterd door de komst van de nieuwe generatie SPECT/CT’s.”

Hoe draagt FIELD-LAB in jullie ogen bij aan dit onderzoek?

Else: “Wij doen onderzoek in het Antoni van Leeuwenhoek, maar het platina wordt bestraald, dus radioactief gemaakt,  door NRG in de reactor in Petten. Vervolgens wordt het cisplatine gemaakt in het VUmc, met een synthesemodule ontwikkeld door Future Chemistry. Zo worden er al vier FIELD-LAB partners betrokken bij het onderzoek, en een belangrijk doel van FIELD-LAB is een netwerk te vormen met partners die elkaar versterken. De eerste fase van een onderzoek is nog kleinschalig, het is dan prettig wanneer het onderzoek op één locatie plaats kan vinden. Daarnaast is het ook overbodig om in ieder ziekenhuis zo’n lab te hebben. Door samen te werken kunnen geld, tijd en mensen bespaard worden, en samen heb je vaak de beste ideeën.”

Wat zijn jullie verwachtingen van FIELD-LAB als de faciliteiten gebouwd zijn?

Else: “Ik hoop dat het CISSPECT onderzoek dan inmiddels zo ver gevorderd is dat het niet meer binnen FIELD-LAB past. Wel geeft het de mogelijkheid om andere isotopen en vormen van chemotherapie verder te gaan onderzoeken. FIELD-LAB is voornamelijk bedoeld voor startende projecten, om bij te dragen in preklinische studies en de eerste fasen van het klinisch onderzoek.”

 

CISSPECT DESK LAB Proefstudie

"Ik hoop dat het CISSPECT onderzoek inmiddels zo ver gevorderd is, dat het niet meer binnen het FIELD-LAB past."

Pt 195M #2

Momenteel werkt Jeske hard aan het opzetten van een fantoomstudie. Hierbij wordt het menselijk lichaam met tumoren, in dit geval bolletjes met radioactief cisplatine, nagebootst en vervolgens gescand op de SPECT/CT.

Jeske: “Door deze fantoomstudie komen we erachter hoe het platina er uitziet op beeld en wat de kwaliteit is van de scans. Het is een hele uitdaging, omdat nog nergens beschreven staat wat de optimale instellingen zijn voor de SPECT/CT voor dit nieuwe isotoop. Er moeten keuzes gemaakt worden, en soms moeten wij onze hersens er flink voor kraken, maar dat maakt het juist interessant!”

Wanneer verwachten jullie dat de studie met patiënten in Nederland plaats gaan vinden?

Jeske: “Wij denken volgend jaar te kunnen starten met deze proeven. Door de corona pandemie is bijna al het onderzoek in het AvL en het VUmc, waar het cisplatine gemaakt wordt, tijdelijk stilgelegd. Voor ons betekende dat de laatste testen voor het product dossier niet door konden gaan. Inmiddels start alles weer op en kunnen we het onderzoek hervatten.”

In een ideale situatie, waar hopen jullie over anderhalf jaar te staan met het onderzoek?

Else: “Ik hoop dat we dan netjes kunnen concluderen dat het radioactief cisplatine dat we in Nederland maken van hoge kwaliteit is, en dat het veilig is voor onze patiënten. Dat het een acceptabele dosis oplevert voor diagnostisch onderzoek, het resulteert in beeldvorming waar een nucleair geneeskundige iets aan heeft en dat met deze data de volgende stap kan worden gezet.”